Ecover

Ecover

Ecover © Ecover
Ecover pioniert sinds 1979 als innovator op de markt van onderhoudsproducten. Zowel op het vlak van producten als op bedrijfsniveau kiest het merk al van bij de start consequent voor een milieuvriendelijke aanpak.

Ecodesign by OVAM Award 2020

Editie 2020

Tekst: Soetkin Bulcke

Ecover © Ecover
Ecover © Ecover

Tom Domen is productontwikkelaar van opleiding en nu Global Head of Long Term Innovation bij Ecover. Samen met een team van zes werkt hij als een in-house incubator rond innovatie op het vlak van het bedrijf en de consument, zoals het refill systeem en ingrediënten uit afval. Het Europees hoofdkwartier van het bedrijf ligt in Londen. Verder zijn er nog vestigingen in Duitsland en, sinds Ecover de Amerikaanse evenknie Method overnam, ook in de US. De Europese fabriek en het Benelux-hoofdkwartier liggen in Malle. “Op dit moment telt het bedrijf ongeveer vierhonderd werknemers. Toen ik er veertien jaar geleden begon waren dat er nog maar veertig. Het bedrijf kwam toen net in een stroomversnelling terecht”, vertelt Domen. Ecover startte in 1979 volop vanuit de milieuproblematiek. In alle schoonmaakproducten zaten toen fosfaten en die kwamen in het water terecht. Een teveel aan fosfaten in de natuur leidt tot zuurstofarm water en dat heeft gevolgen voor het milieu. Het bedrijf wilde hernieuwbare, biologisch afbreekbare en niet toxische producten op de markt brengen. “In het begin betekende dat letterlijk dat de fosfaten verwijderd werden uit de producten, met als gevolg dat de producten niet zo efficiënt waren als die van de concurrentie. Fosfaatvrije producten maken vraagt immers jaren research en ontwikkeling. In de natuurwinkels hadden we wel trouwe klanten die bereid waren tot compromissen maar in de supermarkten sloeg ons product niet aan.” Het bedrijf ging op zoek naar nieuwe ingrediënten, zoals de ecosurfactant van Europees raapzaad. “Het was pionierswerk. Van bij de start zag het bedrijf zichzelf als innovator, als voortrekker, als activist. We wilden dingen in gang steken, een catalysator zijn.” En dat lukte. Door producten te ontwikkelen zonder fosfaten liet  het bedrijf aan de industrie zien dat het mogelijk was. Intussen zijn alle was- en schoonmaakproducten fosfaatvrij.

Ecover © Ecover
Ecover © Ecover

BIER
Ecover lanceerde recent een nieuw gamma afwasproducten die gemaakt zijn met de afvalstoffen die vrijkomen bij het maken van alcoholvrij bier. Daarvoor werkt Ecover samen met Inbev. Om alcoholvrij bier te maken, halen ze de alcohol uit het bier. Dat wordt verwerkt  in hun nieuwe gamma. De volgende stap is werken met andere afvalstromen. Het is het incubatorteam dat de juiste partners en wetenschappers bij elkaar brengt. “Door dergelijke projecten leer je maar pas hoe moeilijk het is om afval te verwerken. Om een voorbeeld te geven: door dat hergebruik van alcoholhoudend bierafval zitten we opeens met andere belastingssystemen. Er komen ook kwaliteitsuitdagingen aan te pas, gezien die afvalstroom minder homogeen is.” Ook op het vlak van wasmiddelen loopt er op dit moment een project. “We werken aan een wasmiddel dat herstellend werkt voor kleren. Tegelijk willen we van die lancering gebruik maken om de klant bewust te maken dat we soms te veel wassen. ‘Wash less, wear longer” is de boodschap. Veel ligt in handen van de consument zelf.

Ecover © Ecover
Ecover © Ecover

HERVULBAAR
De meeste producten van Ecover worden nu verkocht in 100% gerecycleerd PET, vooral afkomstig van gecollecteerde drankflessen. “We maken nooit gekleurde flessen want die zijn moeilijker te recycleren.” Een tijdlang hadden ze ook flessen uit oceaanplastic, maar intussen doet bijvoorbeeld Procter and Gamble dat ook. “Voor ons was het eerder als een statement bedoeld. In feite zouden we liefst hebben dat mensen zo veel mogelijk kiezen voor het hervullen van flessen. Recyclage is voor ons geen lange termijn-oplossing want er loopt te veel mis bij de ophaling en verwerking van plastic. Helaas staat de consument nog niet erg ver op het vlak van hervullen. We zijn al twintig jaar bezig met het mainstream maken van hervullen, vroeger lukte dit enkel in de natuurvoedingswinkels, maar nu zijn we in een stroomversnelling terecht gekomen. In de UK hebben we nu een proefproject lopen bij Waitrose en we praten ook met vijf Europese retailers om dit op poten te kunnen zetten. Bij Carrefour België is er ook een test lopende, maar we moeten realistisch blijven, er is nog heel veel werk aan de winkel om mensen ervan te overtuigen dat het gedaan moet zijn met single use plastic. We werken op dit moment ook aan een project met herbruikbare glazen flessen. Omdat we schoonmaakproducten maken, kan de consument dit gewoon zelf komen hervullen.” Dit werd eind 2019 gelanceerd.

Ecover © Ecover
Ecover © Ecover

ACTIVIST
Ecover draait al sinds 1979 mee als bedrijf waarin vooral innovatie centraal staat en niet zozeer groei. Maar, hoe doe je dat? “Het is een mindshift die iedereen hier maakt. Groei mag nooit de focus zijn van een bedrijf. Je moet erop vertrouwen dat de focus op innovatie je wel de nodige groei en middelen zal bezorgen op lange termijn. Ecover is in het verleden bijna failliet gegaan. Het is dus zeker niet zo dat we de cijfers niet in de gaten houden. Maar het is onze focus op innovatie en duurzaamheid die er net voor gezorgd heeft dat we nu wel degelijk een gezonde groei doormaken. Wat weinigen beseffen is dat de schoonmaakindustrie een redelijk innovatieve business is, waardoor ook de grote namen openstaan voor vernieuwende ideeën. We hebben dus zeker onze plaats in het landschap verworven als catalysator van die vernieuwing.”

Ecover © Ecover
Ecover © Ecover
Ecover © Ecover
Ecover © Ecover

FABRIEK
Trouw aan haar missie bouwde Ecover in 1992 in Malle een van de eerste duurzame fabrieksgebouwen, opgetrokken in hernieuwbare materialen zoals hout, met veel natuurlijk lichtinval en met een groendak. “Onze kantoren zijn zero waste. Als er al afval moet zijn, dan moet het gerecycleerd kunnen worden. Bij teamvergaderingen bestellen we zero waste catering. Werknemers krijgen een hoge fietsvergoeding en bedrijfswagens zijn hybride.”Hoe ziet een gewone werkdag eruit in een duurzaam bedrijf? Een milieuvriendelijke mindset staat er centraal. Vanzelfsprekend wordt daar dan ook veel aandacht aan besteed. “We bouwen veel ruimte in voor zelfreflectie omdat we weten dat de dingen fout lopen als je te snel wil gaan. Daarom komen we dagelijks bijeen om de dingen in vraag te stellen. We hebben ook een filosofie waarbij het ‘terug verbinding maken met de natuur’ heel belangrijk is. Als je mensen opnieuw in contact brengt met de natuur, krijgen ze er automatisch weer voeling mee. Daarom doen we ook off sites, waarbij we in de natuur gaan brainstormen.” De natuur is een fundamentele inspiratiebron die altijd lokaal en kleinschalig werkt. Alles wat lokaal beschikbaar is, wordt gebruikt. Ook werkt de natuur niet vanuit een hang naar efficiëntie. “Daarom bekijken we ook op lange termijn het potentieel van kleinschalige, lokale productie. Wie te veel in de greep zit van groei en efficiëntie gaat kapot. Dat besef is essentieel op dit punt in de geschiedenis. Nog elf jaar en de gevolgen van de klimaatopwarming zijn onomkeerbaar. Er zal een dynamiek in werking treden waarvan niemand de gevolgen kan overzien. Het is meer dan ooit nodig dat we op een totaal andere en meer verantwoorde manier ondernemen.”