Vincent Van Duysen

Vincent Van Duysen

OP ZOEK NAAR EEN HOGERE DIMENSIE
“Ik probeer een antwoord te bieden op de essentiële levensvragen”

Net als bij Henry van de Velde zijn architectuur, interieurarchitectuur en vormgeving bij Vincent Van Duysen innig met elkaar verstrengeld. Zijn sobere, sensuele objecten en interieurs, waarmee hij wereldwijd faam geniet, vormen een menselijk, beschermend toevluchtsoord in deze drukke wereld. - Elien Haentjens

Lifetime Achievement Award

Editie 2019

Artikel door Elien Haentjens

Hij ontwerpt overal ter wereld woningen, winkels en kantoren, tekent meubels voor internationale designreuzen als Flos en Herman Miller, is artistiek directeur van het Italiaanse Molteni en sinds enkele maanden ook van het Duitse Sahco. Zijn werk wordt wereldwijd gelauwerd, maar toch is hij zichtbaar blij met deze Lifetime Achievement Award. “Deze prijs in eigen land laat me niet onberoerd. Al was het wel eventjes schrikken, want ik heb helemaal niet het gevoel dat ik bijna aan het einde van mijn carrière ben. Het lijkt alsof ik gisteren begonnen ben. Tegelijk schudt zo’n gebeurtenis je wakker. Het is een moment om stil te staan en terug te blikken”, vertelt Vincent Van Duysen. “Dat doe ik in mijn pas uitgebrachte derde boek, dat het derde decennium van mijn werk omvat. Vooral in deze periode ben ik me meer op productontwikkeling gaan toeleggen. De poëtische, analoge zwart-witbeelden van fotografe Hélène Binet maken de emotionele kracht en de gelaagdheid van mijn werk tastbaar."

Al tijdens zijn studies zag Vincent Van Duysen architectuur in een bredere context. “Net als bij bijvoorbeeld Victor Horta of Henry van de Velde moeten vorm en inhoud perfect op elkaar zijn afgestemd, en is de vorm geïnspireerd door de functie. Waar een object precies in de ruimte staat, is zowel vanuit een functioneel als esthetisch standpunt belangrijk. Een interieur heeft rustpunten nodig”, vertelt Van Duysen. “Omgekeerd functioneert een meubel altijd in een architecturale context, en moet het zich inschrijven in een leefwereld. Aan die context dankt het zijn inhoud. In Italië wordt die wisselwerking als veel vanzelfsprekender beschouwd. Interieurs maken integraal deel uit van de architectuur, en staan op hetzelfde niveau. Hun woord ‘abitare’ vat dat perfect samen. De Italianen beheersen de kunst van het echte leven. Het zit in hun genen. Ze weten als geen ander hoe je een ruimte, én alle objecten erin, aantrekkelijk kan maken. Zo waren de meeste artistiek directeurs bij Molteni bijvoorbeeld architecten. Bovendien boost die multidisciplinaire aanpak mijn creativiteit, en geeft het mijn ontwerpen meer diepgang."

 

Pas op zijn dertigste bouwde Van Duysen zijn eerste woning. De periode daarvoor wijdde hij volledig aan het uitdiepen van zijn kennis over interieurarchitectuur. “Na mijn studies had ik het gevoel dat ik nog niet klaar was om te verkondigen hoe anderen moesten bouwen en wonen. Tegelijk ben ik een epicurist, en was ik nieuwsgierig naar het leven binnen in huis en hoe ik daar schoonheid in kon integreren. Aangezien het postmodernisme toen hoogtij vierde, trok ik mijn stoute schoenen aan, en ging ik in Milaan aankloppen bij Cinzia Ruggeri. Zij maakte deel uit van Alchimia, een beweging waarbij architectuur, interieur en objecten samenkwamen in één wereld. Als modeontwerpster zocht ze een jonge architect die haar nieuwe lijn designobjecten kon tekenen. Ik kon er naar hartenlust freewheelen. Het was de ideale bestemming”, vertelt Van Duysen. “Bovendien vormt Milaan een epicentrum van schoonheid, met haar historische gebouwen, design- en modetempels en gastronomie. Tegelijk heb ik me zelf altijd deels Italiaan gevoeld, en trekt de Italiaanse flair me enorm aan.”

Zes maanden later bracht zijn Milanese avontuur hem naar Aldo Cibic, een van de vooraanstaande Memphis-leden. “Na de overkill aan complexe vormen en kleuren wilde Cibic met zijn Standard-collectie een zeer eenvoudige reeks meubels ontwerpen. Als eerste assistent tekende ik het merendeel uit. Door te spelen met materialen, details, verhoudingen en kleuren kreeg elk van de herkenbare, eerder geabstraheerde ontwerpen een twist. Dat gaf me een sterke impuls, en vormde een keerpunt. Ik ontdekte er mijn liefde voor eenvoud en essentie”, vertelt Van Duysen.

Terug in België ging Van Duysen achtereenvolgens in de leer bij Jean Jacques Hervy in Brussel en Jean De Meulder in Antwerpen. “Bij Hervy draaide alles rond "the art of living", en het ontwerpen voor mensen. Net als bij de Italianen moest een huis voor hem als een tweede huid zijn. De Meulder stimuleerde me om nog meer op zoek te gaan naar een elegante essentie, zonder daarbij comfort en welbehagen uit het oog te verliezen.”

 

GEEN DESIGN MAAR VORMGEVING

Al die ervaringen versmelt Van Duysen intuïtief tot zijn hoogstpersoonlijke vorm van 'abitare'. “Tijdens mijn vele reizen in die periode raakte ik gefascineerd door de primaire vormgeving van andere culturen. Eenmaal terug in België heb ik mijn vormentaal verder gereduceerd. Daarvoor haalde ik onder meer inspiratie uit deze primaire vormen, maar zeker ook uit de eenvoud van mijn Belgische achtergrond. Want een interieur moet de plek waar de woning zich bevindt reflecteren. Uit het understated karakter, het gebruik van natuurlijke materialen zoals hout en natuursteen en het schralere kleurenpalet is mijn signatuur ontstaan. Dat hele proces gebeurde zeer intuïtief, en was het resultaat van mijn culturele achtergrond en de ervaringen die ik me wars van alle tendensen eigen heb gemaakt”, vertelt Van Duysen. “Al speelde ook mijn opleiding als architect vanzelfsprekend een rol. Telkens opnieuw ga ik op zoek naar de juiste verhoudingen binnen een ruimte of product, zodat er een interessant spanningsveld ontstaat. Die ritmiek vind je bijvoorbeeld terug in de sculpturale Pottery-reeks voor When Objects Work of in Toku voor Paola Lenti. Dat tuinpaviljoentje functioneert als een soort door Japan geïnspireerde miniarchitectuur die je via de screens kan indelen in verschillende zones."  

In zijn ontwerpen streeft Van Duysen naar een nieuw archetype. “Het is niet mijn bedoeling om iets heruit te vinden. Als ik aan een ontwerp begin, onderzoek ik eerst het verleden van dat specifieke meubel. Die geijkte vormen ontdoe ik van zoveel mogelijk excessen, zodat ze tot hun primaire vorm worden herleid. Daarnaast herwerk ik vanuit mijn architecturale achtergrond hun schaal en verhouding, en geef ik de materialiteit via bepaalde details een extra touch. Zo ontstaat geleidelijk aan een nieuwe vorm die met beide voeten in de traditie staat. Een mooi voorbeeld daarvan is de sofa Paul, die ik voor Molteni ontwierp. De klassieke vorm refereert aan het verleden, maar door de verhoudingen anders te dimensioneren, krijgt hij een hedendaagse touch.”

 

Ook in de omgang met materialen grijpt Van Duysen graag terug naar tradities. “Ik leef vandaag, en dus maak ik gebruik van technologische mogelijkheden als die een toegevoegde waarde bieden. Maar het is het handwerk dat ervoor zorgt dat edele materialen een emotionele geladenheid krijgen. Dat die integriteit terug meer ingang vindt in de designwereld, waardeer ik enorm. Want lange tijd was de designwereld ontspoord. Daardoor heeft design voor mij een pejoratieve bijklank gekregen als iets artificieels en tijdgebonden. Terwijl ik net daar een aversie voor heb. Objecten moeten de zintuigen aanspreken met hun tactiliteit. Daarom werk ik graag met natuurlijke materialen zoals Belgische blauwe hardsteen.”

Zonder het zelf goed en wel te beseffen groeide Van Duysen uit tot een stijlicoon. “Toen Ilse Crawford een artikel maakte over mijn woning in Antwerpen, en er de titel Sensual Living aan gaf, werd dat plots overal opgepikt. Onbewust sloot mijn werk daardoor aan bij dat van mensen als John Pawson en Claudio Silvestrin, die na de excessieve jaren tachtig ook op zoek gingen naar uitzuivering, authenticiteit en primaire vormen. Al wil ik eigenlijk liever niet gecategoriseerd worden.”

STILTE EN SPIRITUALITEIT

Vanuit zijn Antwerpse kantoor, dat is ondergebracht in een gebouw van de gevierde Antwerpse architect Leon Stynen, werkt Van Duysen aan projecten over de hele wereld. “Regelmatig krijg ik de vraag of ik het bureau wil verhuizen. Maar ik voel me goed bij de Belgische pretentieloze en discrete mentaliteit. Het zit niet in mijn genen om me plots helemaal anders te gedragen. De helft van ons 25-koppig team bestaat uit internationale mensen, en dankzij de huiselijke, familiale sfeer creëren we hier ons eigen persoonlijke ‘abitare’”, vertelt Van Duysen. “Bovendien ben ik erg blij dat ik momenteel aan verschillende projecten in Antwerpen kan werken. Zo bouwen we de serviceflats Schelde 21 én mijn allereerste hotel op de site van het Groen Kwartier. Voor August wordt alles op maat gemaakt. Zo gaat het 70-delige servies in productie bij het Belgische bedrijf Serax. Als klein land beschikt België over enorm veel kwalitatieve bedrijven en creatief talent. Dat we zo discreet en in alle vrijheid onze eigen stijl kunnen ontwikkelen, is wellicht onze sterkte. Tegelijk tonen we niet altijd genoeg appreciatie voor onze eigen mensen. Ook dat is een reden waarom ik deze prijs zo apprecieer.”

Niet alleen de overload van Memphis, maar ook onze hedendaagse wereld drijft Vincent Van Duysen in zijn zoektocht naar sereniteit. Terwijl hij zelf tijdens de werkuren hyperactief is en veel absorbeert, heeft hij, eenmaal thuis, vooral nood aan rust. “Al snel merkte ik bij mezelf de nood aan stilte. Aan een plek waar ik wat gas kon terugnemen, en die me als het ware een veilige cocon bood. Tegelijk probeer ik me bewust te zijn van de wereld rondom mij, en de grote essentiële levensvragen te verwerken in mijn vormgeving. Mijn ontwerpen zijn mijn persoonlijke antwoord op de toenemende digitalisering en de vaak negatieve berichtgeving. Om een sobere huiselijkheid, waar je in alle rust écht thuis kan komen, te bereiken heb ik een pure maar emotioneel geladen en warme no-nonsense stijl ontwikkeld. Nu ik zelf ouder ben, kan ik meer diepte en gelaagdheid in mijn ontwerpen integreren. Zo wil ik mensen uitnodigen om bewuster te leven en een extra dimensie te bereiken, die bijdraagt aan hun welbevinden en hun nood aan stilte en misschien zelfs tot spiritualiteit leidt.”